De zeven geboden

Een opsomming

Afgoderij

עבודה זרה, avoda zara, ‘vreemde dienst’

De essentie van de zeven universele wetten is het verbod op afgoderij. Iemand die een andere godheid naast de Schepper aanbidt, ontkent de essentie van religie en verwerpt de zeven universele wetten in hun geheel. Maar iemand die zich weerhoudt van afgoderij, toont geloof in God en erkent de zeven universele wetten.

Het is verboden om een schepsel te aanbidden, ook wanneer de aanbidder zich ervan bewust is dat God het Opperwezen is en de schepping aanbidt als een manier om God te verheerlijken.

Godslastering

ברכת השם, birkat Hasjeem, ‘de Naam zegenen’

Godslastering is het vervloeken van de Schepper. Deze daad is zo onbeschrijfelijk slecht dat de Talmoed, telkens wanneer het over godslastering gaat, het eufemisme 'God zegenen' gebruikt, om zo een directe uitdrukking van het idee van het vervloeken van God - de Vader van iedereen - te vermijden.

Godslastering is een vorm van wraak. Een mens kan God niet doden of slaan. Zijn ultieme wraak is Hem te vervloeken. Deze wraak ontstaat wanneer een mens ontevreden is met zijn lot en niet het vertrouwen heeft dat alles rechtstreeks van God komt, enkel en alleen voor zijn geluk.

De christelijke theologie dat er twee koninkrijken zouden zijn, die van God en die van Satan, is een vorm van godslastering. Het ontkent Gods almacht en doet afbreuk aan het vertrouwen dat alles wat er gebeurt een rechtstreeks gevolg is van Gods goedheid.

Moord

שפיכות דמים, sjefichoet damiem, ‘bloedvergieten’

Het verbod op moord wordt door God expliciet uitgesproken tegen Noach: ‘Hij, die het bloed van de mens vergiet, door de mens zal zijn bloed vergoten worden, want naar het beeld van God heeft Hij de mens gemaakt’ (Genesis 9:6).

Zelfdoding is moord. Het lichaam is geen eigendom van de mens, maar van God. Een mens heeft niet het recht te leven, hij heeft de plicht te leven.

Een mens mag zich niet laten dwingen tot moord, het is beter dat hij zijn eigen leven geeft. In geval van zelfverdediging is hij echter verplicht te doden, als er geen andere optie is. Abortus is hooguit toegestaan om het leven van de moeder te beschermen. Actieve euthanasie is moord. Het is echter verboden om iemands laatste lijdende momenten vlak voor zijn dood te verlengen.

Verboden seksuele relaties

גלוי עריות, giloei arajot, ‘ontbloten van schaamdelen’

In Genesis 2:24 staat: ‘Daarom verlaat een man vader en moeder en verbindt zich hecht met zijn vrouw, zodat ze naar één lichaam worden.’ Rasji legt uit dat de uitdrukking ‘daarom verlaat een man vader en moeder’, de man verbiedt om seksueel contact te hebben met de vrouw van zijn vader (die niet zijn moeder is), zelfs na de dood van zijn vader, wanneer zij niet langer officieel getrouwd is. Dit geldt natuurlijk ook voor zijn biologische moeder. De uitdrukking ‘verbindt zich hecht met zijn vrouw’, leert ons dat hij alleen seksuele omgang met zijn eigen vrouw mag hebben en niet met de vrouw van een andere man. ‘Met zijn vrouw’, leert ons dat hij relaties moet hebben met de andere sekse, niet met een man. ‘Zodat ze naar één lichaam worden’, sluit dieren buiten, omdat een dier niet hetzelfde lichaam heeft als een man.

Het is niet toegestaan om te flirten met of te staren naar iemand waarmee een seksuele relatie verboden zou zijn. Alhoewel prostituees en lesbiennes niet de letter van de wet overtreden, gaan zij wel in tegen de geest van de zeven universele geboden. Castratie van mensen of dieren is verboden.

Diefstal

גזל, gezel, ‘roven’, ‘toeëigenen’, enz.

Van al de categorieën van de zeven universele geboden, is het verbod op diefstal misschien wel de moeilijkste om te gehoorzamen. De menselijke geschiedenis en psyche zijn duidelijk in overeenstemming met de Talmoedische uitdrukking dat ‘de ziel van de mens hunkert en verlangt naar ontucht en diefstal’. Maar diefstal plegen, in tegenstelling tot ontucht, is vaak een eenvoudige zaak waarbij de mogelijkheid zich vrijwel onafgebroken aandoet. Bovendien bevat het verbod op diefstal aspecten die, zonder gedegen studie, wellicht niet herkend worden en zelfs acceptabel worden geacht. Daarom is een frequente studie van de wetten van diefstal belangrijk.

Voorbeelden van diefstal zijn verkrachting, geweld, oneerlijke concurrentie, filmpiraterij, uitstel van betaling, verstoring van rust, rekken van de middagpauze, heling en roddel.

Jaloezie is verboden, in zoverre dat je geen stappen mag ondernemen om eigenaar te worden van datgene wat van een ander is (en niet te koop staat). Diefstal is een uiting van ontevredenheid met het deel dat God je heeft toegekend.

Dierenmishandeling

אבר מן החי, ever mien hachai, ‘deel van een levend wezen’

Dit verbod staat expliciet vermeld in Genesis 9:3-4: ‘Al wat zich beweegt en levend is mogen jullie als voedsel gebruiken, evenals het groene kruid geef ik jullie alles. Maar vlees met zijn leven, zijn bloed, mogen jullie niet eten.’ Dit betekent niet dat het bloed van een dier zijn ziel is en dat God de mens verbood om dierlijk bloed te drinken. De vitale dierlijke ziel bevindt zich in het bloed, en dit is waar het gebod naar verwijst. Want als het dier sterft, vertrekt de vitale ziel. Zolang de vitale ziel in het dier blijft, is zijn vlees verboden als voedsel voor de mens.

Op het eerste gezicht lijkt dit gebod uit de toon te vallen. Dat komt doordat de zeven universele geboden slechts het (strafbare) minimum weergeven van moreel gedrag. Als morele mensen zouden we ons echter uit moeten strekken naar het maximum van moreel gedrag. Tegenover moord staat bijvoorbeeld bescherming van leven en tegenover godslastering staat God prijzen. Tegenover dit gebod zou kunnen staan: onnodig dierenleed voorkomen, gezond eten of leren je instincten te beheersen op elk gebied. Tegenover dit gebod staat niet vegetarisme.

Rechtsorde

דינים, diniem, ‘wetten’

De kinderen van Noach zijn geboden om rechtbanken op te zetten die menselijke rechtvaardigheid en moraliteit handhaven in overeenstemming met de zeven universele wetten. Iemand die geen rechtbank opzet, dat wil zeggen die leeft in een gemeenschap of stad waar geen rechtbanken zijn, en geen actie onderneemt om de situatie te corrigeren, is des doods schuldig. Iemand die rechtbanken opzet of handhaaft die tegensgesteld te werk gaan aan de zeven universele wetten is even schuldig.

Noachieten zijn niet per se voor het invoeren van de doodstraf. Als er wordt gezegd dat een bepaalde overtreding de doodstraf verdient, dan is dat in de eerste plaats om de ernst van de overtreding aan te geven. Volgens de Talmoed werd het hooggerechtshof in Israël als moordlustig ervaren als het meer dan één doodstraf in 7 of zelfs 70 jaar oplegde. De Talmoed heeft het zelfs over een uitsluitend theoretische classificatie van belangrijke geboden.

gebaseerd op: Chaim Clorfene en Yaakov Rogalsky, The Path of the Righteous Gentile (Southfield, MG: Targum Press, 1987)