Het antwoord op deze vraag is veel moeilijker dan je zou verwachten. Het jodendom heeft geen dogma's, geen vastomlijnde geloofsartikelen waarin men zou moeten geloven om jood te kunnen zijn. In het jodendom zijn daden veel belangrijker dan geloof, alhoewel daar zeker wel ruimte voor is.
Nog nooit is er iemand dichter in de buurt gekomen bij het opstellen van een breed geaccepteerde lijst van overtuigingen dan de Rambam met zijn dertien grondbeginselen van het geloof. Rambams dertien grondbeginselen van het geloof, waarvan hij vond dat ze de minimale voorwaarden voor het joodse geloof vormden, zijn:
- God bestaat
- God is één en uniek
- God is immaterieel
- God is eeuwig
- Gebed mag tot niemand anders dan alleen tot God gericht worden
- De woorden van de profeten zijn waar
- Mozes' profetieën zijn waar en Mozes was de grootste profeet
- De schriftelijke Thora (de eerste vijf boeken van de Bijbel) en de mondelinge Thora (leringen die nu in de Talmoed en andere geschriften staan) waren aan Mozes gegeven
- Er zal geen andere Thora zijn
- God kent de gedachten en daden van mensen
- God zal de goeden belonen en de slechten straf fen
- De messias zal komen
- De doden zullen opgewekt worden
Zoals je kunt zien, zijn dit erg fundamentele en algemene principes. Maar hoe fundamenteel ze ook zijn, de noodzaak om elk grondbeginsel te geloven, is zo nu en dan weleens tegengesproken. De liberale bewegingen binnen het jodendom spreken veel van deze beginselen tegen.
In tegenstelling tot veel andere religies concentreert het jodendom zich niet veel op abstracte kosmologische concepten. Alhoewel joden zeer grondig hebben nagedacht over de aard van God, mensen, het universum, leven en het leven na de dood, is er geen officieel, definitief geloof in deze onderwerpen, behalve dan de algemene concepten zoals hierboven beschreven. Er is veel ruimte voor een persoonlijke mening in elk van deze zaken omdat, zoals ik al eerder zei, het jodendom meer gericht is op daden dan op geloof.
bron: jewfaq.org














