door Paul Gabriner
Een joodse kijk op de verbanning door Uri Sherki
Een bezoek aan onze groep door Lopes Cardozo
De tragedie van de religieuzen door Coopersmith & Zeldman
Sinaï: geschiedenis of legende door Clorfene & Rogalsky
Een opsomming door Terry N. Lanham
Een korte geschiedenis door asknoah.org
De zeven geboden in de Bijbel door Tracey R. Rich
Wat geloven joden? door Dovid Gottlieb
Een rationele rechtvaardiging om joods te leven door asknoah.org
Noachieten en de sabbat door S. Severin
Noachitisch christendom door Terry N. Lanham
Suggesties voor noachieten door Lopes Cardozo
Europa en antisemitisme door Lopes Cardozo
Universele liefde - is dat mogelijk? |
|
Een rationele rechtvaardiging om joods te leven
|
door rabbijn dr. Dovid Gottlieb vertaling S. Severin
|
|
Hieronder volgt een vertaling van het laatste hoofdstuk van het boek
Living up to the Truth
van Dovid Gottlieb, waarin de auteur 'blind geloof'
verwerpt en laat zien dat er voldoende bewijs bestaat om je leven te baseren op de waarheid van de Thora.
Na gepromoveerd te zijn in mathematische logica aan de Brandeis University doceerde Gottlieb
aan de John Hopkins University als professor in de filosofie. Momenteel is hij een senior faculty member bij
Ohr Somayach in Jeruzalem.
Hoofdstuk 8: Samenvatting en conclusie
De hoofdstukken IV-VII gaven ons een overzicht van het bewijsmateriaal. Laten we nu eens kijken wat dit
bewijsmaterieel ons duidelijk had moeten maken. Ten eerste moest het ons bewust maken van de
uniciteit van de Joodse geschiedenis. Denk aan het marsmannetjesperspectief waar we het over hadden in hoofdstuk III.
We stelden ons een marsmannetje voor dat de hele menselijke geschiedenis bestudeerde behalve die van de Joden. Het
zou veschillende categorieën van te verwachten gebeurtenissen gaan herkennen: wat gebeurt er met volken onder
omstandigheden van succes of tegenslag, oorlog of vrede, hongersnood of verbanning, gezondheid of ziekte,
economische recessie of welvarendheid, enzovoort. Het zou bepaalde te verwachten voorwaarden gaan herkennen voor de
ontwikkeling en desintegratie van beschavingen. Vervolgens vroegen we ons af: ‘Zou het marsmannetje de Jood als meer
van hetzelfde beschouwen, zich gedragend volgens het patroon van wetmatigheden die hij heeft leren te verwachten?
Of zou hij de Jood als volkomen uniek beschouwen in de menselijke geschiedenis?’
Het onderzoek naar de eigenschappen van de Joodse geschiedens zoals ik ze heb beschreven zouden het marsmannetje tot de
conclusie brengen dat de Jood volkomen uniek is. Ten eerste beschikt de Jood over voorspellingen van gebeurtenissen
waarvan men redelijkerwijs niet kan verwachten dat ze uitkomen en waaraan een neutrale bijstander een lage
waarschijnlijkheid zou hebben toegekend. De schatting waar wij in hoofdstuk IV mee kwamen was een waarschijnlijkheid
van 1 op 16.000 dat de voorspelling in Deuteronomium 28-30 uit zou komen. Maar tegen alle verwachtingen in kwam
deze voorspelling toch uit.
Ten tweede zijn Joden getuige geweest van wonderbaarlijke gebeurtenissen, van unieke wonderen die in het
openbaar plaatsvonden. Andere naties beweren niet eens zoiets meegemaakt te hebben. In de Joodse
geschiedenis hebben buitengewoon unieke gebeurtenissen plaatsgevonden die dienden ter ondersteuning van het
jodendom, om het een kans op overleving te geven en om het jodendom uit gevaarlijke omstandigheden te redden.
Ten derde heeft het jodendom overleefd en zich ontwikkeld onder unieke historische omstandigheden, omstandigheden
die normaal gesproken tot de desintegratie van het jodendom zouden moeten hebben geleid, vooral vergeleken met
andere wereldreligies. Ten vierde is er een unieke levenskwaliteit en ten vijfde een unieke invloed op de
wereldbeschaving. Door dit alles in acht te nemen, zou het marsmannetje tot de conclusie moeten komen dat de Joodse
geschiedenis uniek is.
Nu dan, wat zal het marsmannetje doen met deze unieke geschiedenis? Nogmaals, zoals we in hoofdstuk III al zeiden,
wanneer je een bepaald terrein van fenomenen bestudeert die je denkt te kunnen verklaren en wanneer je binnen dat
terrein plots op een nieuw fenomeen stuit dat je met je huidige gereedschap niet kunt verklaren, dan zul je
een extra stuk gereedschap toe moeten voegen om dat nieuwe fenomeen wel te kunnen verklaren. Het voorbeeld dat we
gaven was dat van de kern van het atoom. Toen het onverklaarbaar werd waarom al die protonen bij elkaar zouden
blijven zitten zonder elkaar af te stoten, voegden fysici de kernkracht toe die de protonen bij elkaar hield
ondanks de elektrostatische kracht.
Hetzelfde geldt voor een uniek historisch fenomeen. Als dat niet verklaard kan worden door de gebruikelijke
theorieën dan moet je daaruit afleiden dat er een of andere kracht bestaat die verantwoordelijk is voor dat fenomeen.
Vervolgens kun je aan de hand van de beschrijving van het fenomeen een minimale beschrijving van de kracht afleiden
die verantwoordelijk is voor dat fenomeen. Het moet een kracht zijn die in staat is om de kenmerkende eigenschappen
van het betreffende fenomeen te veroorzaken.
Die kenmerkende eigenschappen zijn: een onverklaarbaar accurate voorspelling tegen alle waarschijnlijkheden in,
wonderbaarlijke gebeurtenissen die bijdragen aan de oprichting en continuëring van het jodendom, de overleving
van het jodendom tegen alle historische waarschijnlijkheden in, een unieke levenskwaliteit die alleen door
joodse gemeenschappen genoten wordt en de immense invloed die het jodendom heeft op de wereldbeschaving. Welke kracht
zou verantwoordelijk kunnen zijn voor dat soort resultaten?
Ten eerste moet de kracht machtig zijn. Deze kracht heeft namelijk het bestaan van een hele beschaving
weten te handhaven, de overtocht door de Rode Zee mogelijk gemaakt, de openbaring op Sinaï veroorzaakt, het manna
uit de hemel doen laten vallen, enzovoort. De kracht moet dus aanzienlijk veel energie tot zijn beschikking hebben.
Ten tweede moet hij intelligent zijn. Een blinde of niet geïnformeerde kracht kan niet het bestaan van een complete
beschaving handhaven. Ten derde moet hij een bijzondere interesse hebben voor het jodendom. Deze dingen gebeurden
immers niet bij de hindoes, de eskimo's of de Chinezen, ze vonden alleen plaats bij de Joden en daarom moet deze
kracht een bijzondere interesse voor de Joden hebben.
Maar ten vierde kan hij niet exclusief geïnteresseerd zijn in Joden. Als hij alleen maar in Joden geïnteresseerd
zou zijn dan had hij hen kunnen verplaatsen naar een of ander afgelegen gebied om hen daar te beschermen en
om daar contact met hen te hebben. Maar in plaats daarvan werden de Joden naar het kruispunt van drie continenten
geleid en hadden ze een invloed op de wereldbeschaving. Blijkbaar is die kracht dan ook geïnteresseerd in de rest
van de mensheid. Hij is niet exclusief geïnteresseerd in de Joden, hij wil dat het jodendom de
ontwikkeling van alle beschavingen van de wereld beïnvloedt.
Nu, dit zijn allemaal beschrijvingen van God, tenminste van de joodse voorstelling van God. Die beschrijvingen
van God worden rechtstreeks bevestigd door een onderzoek van het historisch verslag.
Samenvatting
Het jodendom is uniek vanwege zijn:
Geverifieerde onwaarschijnlijke voorspelling
Publieke, openbare wonderen
Overleving
Levenskwaliteit
Invloed op de wereld
Een kracht die tot zulke resultaten in staat is, moet zijn:
Machtig
Intelligent
Geïnteresseerd in de overleving van het jodendom
Geïnteresseerd in de invloed van het jodendom op de wereld
|
Tot dusver kunnen we deze beschrijvingen zonder omwegen bevestigen. Andere beschrijvingen van God - dat hij oneindig
zou zijn, de schepper van het universum, enzovoort - kunnen niet rechtstreeks bevestigd worden door dit onderzoek
van de geschiedenis. In het jodendom vindt men ook beschrijvingen van gebeurtenissen die niet rechtstreeks op
waarde kunnen worden geschat, zoals de beschrijvingen van de toekomst, dat er een messias zal zijn of wat er met
de ziel gebeurt dan de dood. Er is geen manier om deze zaken rechtstreeks te bevestigen. Maar zoals ik in
hoofdstuk III al zei, maakt dit onderdeel uit van hetzelfde geheel aan informatie. Omdat de onderdelen die wel
rechtstreeks bevestigd kunnen worden, ondersteund worden door het bewijsmateriaal, wint de rest van de onderdelen aan
geloofwaardigheid omdat zij deel uitmaakt van hetzelfde geheel aan informatie. Zo gaat het ook met elke andere bron
van informatie die je op waarde probeert te schatten. Als alle verifieerbare beweringen van een bepaalde bron van
informatie waar blijken te zijn dan winnen de overige beweringen aan geloofwaardigheid.
Hierdoor heeft het jodendom mijns inziens een grotere waarschijnlijk van waarheid dan al zijn alternatieven. Het
heeft in ieder geval een grotere waarschijnlijkheid van waarheid dan elke andere religie want, zoals we in hoofdstuk
II al zagen, bieden andere religies geen enkel relevant bewijs. Het jodendom is de enige religie die de uitdaging
aangaat en bewijs levert, en dat bewijs is behoorlijk sterk. Een seculiere visie op de wereld is inferieur omdat al
die gebeurtenissen niet verklaard kunnen worden vanuit een seculier standpunt. Je kunt de overleving van het Joodse
volk niet verklaren, je kunt de geverifieerde verslagen van wonderen niet verklaren, je kunt de correcte
voorspelling niet verklaren, je kunt de unieke levenskwaliteit niet verklaren, je kunt de impact die het jodendom
op de wereldbeschaving heeft gehad niet verklaren en de som van al deze dingen samen kun je zeker niet verklaren.
Hebben we de scepticus daarmee definitief weerlegd? Kan de scepticus dan niet gewoon toegeven dat deze gebeurtenissen
momenteel onverklaarbaar zijn maar dat ze wellicht in de toekomst verklaard zullen worden? Ja, het is denkbaar
dat er geen God is en dat deze dingen gebeuren om natuurlijke redenen die we op dit moment simpelweg nog niet begrijpen.
Maar mag ik je eraan herinneren dat dat niet de spelregels waren? Die benadering is alleen bevredigend voor Descartes.
Het is nog altijd denkbaar dat de geopperde hyptohese niet waar is - maar dat geldt voor alles waar je in gelooft, voor
alles wat je weet en voor alles waar je op vertrouwt. Alles heeft een denkbaar alternatief dat niet definitief weerlegd
kan worden.
Dat was echter niet het criterium dat we afgesproken hadden. Het criterium was hoge waarschijnlijkheid van
waarheid ten opzichte van de alternatieven. De reden waarom we dat afgesproken hadden was omdat het jodendom
een praktijk is, er moeten beslissingen genomen worden. Het criterium voor verantwoordelijk gedrag is het
criterium van hoge waarschijnlijkheid van waarheid. Wat de criteria dan ook mogen zijn voor theoretische overtuigingen
(en de filosofie is daar hevig over verdeeld, alhoewel de meeste filosofen Descartes' criterium verwerpen) is voor ons
niet relevant - wij moeten besluiten hoe te leven. Beslissingen over hoe te leven worden gemaakt op basis van hoge
waarschijnlijkheid van waarheid ten opzichte van de alternatieven, dat wil zeggen, als die beslissingen op een
verantwoordelijke wijze genomen worden. Dat is het criterium waar we anderen op afrekenen. Als dat het criterium
is voor verantwoordelijkheid in alle andere aspecten van het leven dan moeten we het in dit aspect van ons leven
ook toepassen. Daarom is het jodendom de enige verantwoordelijke manier van leven.
Samenvatting
Het gedeelte van de Thora dat niet rechtstreeks bevestigd wordt door historisch bewijsmateriaal wordt geloofwaardig
door onderdeel uit te maken van hetzelfde geheel aan informatie als het gedeelte dat bevestigd is. Het jodendom
heeft daarom de hoogste waarschijnlijkheid van waarheid ten opzichte van zijn alternatieven (andere religies
en het seculiere standpunt). Omdat het jodendom een praktijk is, moeten we concluderen dat het de enige gerechtvaardigde
manier is van leven.
|
Als de overtuigingskracht van het bewijsmateriaal dat de Thora waar is, eenmaal gewaardeerd wordt rijzen er automatisch
twee vragen. Ten eerste: als het bewijsmateriaal zo overtuigend is, waarom geloven er dan zo weinig mensen in de waarheid
van de Thora? Ten tweede: als de Thora de enige waarheid is, hebben we dan niet de verplichting haar aan anderen te
verkondigen? Dit is echter in strijd met de volhardende weigering van het jodendom om anderen te bekeren. We zullen
de vragen in volgorde beantwoorden.
De eerste vraag geeft een algemene vooronderstelling weer. Deze gaat als volgt: Alles wat herkend kan worden als waar
door het beschikbare bewijsmateriaal en eenvoudige logica zou door de overgrote meerderheid van de mensheid als waar
moeten worden beschouwd. Deze vooronderstelling is duidelijk fout.
Neem nou bijvoorbeeld anti-semitisme. Er zijn (op zijn minst) honderden miljoenen anti-semieten. Zij geloven dat Joden
slecht, vies, submenselijk, enzovoort, enzovoort zijn. En toch leven velen van hen onder Joden. Ze hebben geen enkel bewijs
voor hun overtuigingen. Als ze de moeite ervoor namen, zouden ze ontzettend veel bewijsmateriaal kunnen verzamelen dat
hun oververguigingen weerlegt. En toch volharden ze in hun dwaasheid.
Denk eens aan de vorm van de aarde. Meer dan tweehonderd jaar geleden bestond er substantieel bewijs dat de aarde
rond is. (En uiteraard geloofden sommige intellectuelen dat ook.) De waarnemingen van de sterren door zeemannen,
het verschil in schaduwen om 12 uur 's middags op verschillende lokaties, het eerder verdwijnen van de onderkant van
schepen dan hun vlaggen - dit bewijsmateriaal was voor velen beschikbaar. Toch twijfelde er vrijwel niemand aan
de "vanzelfsprekende waarheid" dat de aarde plat is.
Denk eens aan een willekeurige menselijke studie of activiteit - bijvoorbeeld koken, economie, zeilen, mijnbouw,
postzegels verzamelen - kent de meerderheid van de mensheid de waarheid in deze zaken? Normaal gesproken kennen alleen
degenen die zich de moeite hebben genomen om ze te bestuderen de waarheid, en zij vormen een kleine minderheid.
De moraal is: Wat veelal ontdekt kan worden door beschikbaar bewijsmateriaal en eenvoudige logica is slechts
bij een klein aantal mensen bekend.
De verklaringen voor dit falen om de waarheid te vinden verschillen van geval tot geval. In het geval van de waarheid
van de Thora hoeven we niet ver te zoeken. Ten eerste hebben maar weinig mensen rechtstreeks toegang tot het bewijs
dat hier behandeld wordt. Ten tweede zijn er maar weinigen die onbevooroordeeld een onderzoek kunnen doen naar
verschillende religies omdat hun familie en hun sociale leven voor een groot deel afhankelijk zijn van hun affiliatie
aan bepaalde godsdienst. Ten derde is het argument dat hier gepresenteerd wordt niet bepaald eenvoudig.
[Kon ik het maar makkelijker maken!] Het vergt nogal wat intellectuele moeite
om het argument helemaal tot zijn conclusie te volgen. Deze drie factoren zijn voldoende verklaring waarom de acceptatie
van de waarheid van de Thora zo beperkt is.
De tweede vraag is als volgt: Als de Thora de waarheid is, hebben we dan niet de verplichting om haar met de rest van
de wereld te delen? Het jodendom gelooft echter niet in het actief werven van bekeerlingen. Dat lijkt te impliceren dat we
er niet echt in geloven!
Veel mensen delen deze misvatting. Ze beginnen met de waarheid dat het jodendom geen bekeerlingen zoekt. Van daaruit
trekken ze de verkeerde conclusie dat het jodendom andere religies accepteert voor andere mensen. En daar
leiden ze dan weer uit af dat het jodendom zichzelf niet als waar beschouwt.
Laten we de feiten even op een reitje zetten. Het jodendom is de waarheid zoals zij geopenbaard is door de Schepper van
het hele universum. De "joodse God" is de enige God. Hij is net zo goed de God van de hindoes en de taoïsten
als van de joden. Als de hindoes en taoïsten dit niet erkennen, zijn hun religieuze overtuigingen niet waar (zie
hoofdstuk II).
Het is een tragedie wanneer mensen hun leven baseren op valse overtuigingen. Dit geldt voor geneeskunde, economie,
voeding en (des temeer voor) religie. Omdat we de waarheid bezitten, dragen we zonder twijfel de verantwoordelijkheid
om haar te delen met anderen. Dit houdt in dat we hen leren dat het waar is - en niets meer.
Veronderstel nu eens dat we hier succesvol in zouden zijn. Niet-Joden zullen gaan erkennen dat de Thora waar is. Wat dan?
Wel, omdat de Thora een plaats biedt voor gelovige niet-Joden zullen we hun uitleggen hoe ze God kunnen dienen
als gelovige niet-Joden. Omdat de Thora niet van hen vereist dat ze zich zouden bekeren tot het jodendom
om God getrouw te kunnen dienen, hebben we geen belang in het aansporen tot bekering.
We bekeren anderen niet omdat de Thora - welke de enige religieuze waarheid is en welke we verplicht zijn aan iedereen
te leren - niet van hen vereist dat ze joods zouden worden.
|
|
|