Hieronder volgt een vertaling van het laatste hoofdstuk van het boek Living up to the Truth van Dovid Gottlieb, waarin de auteur 'blind geloof' verwerpt en laat zien dat er voldoende bewijs bestaat om je leven te baseren op de waarheid van de Thora.
Na gepromoveerd te zijn in mathematische logica aan de Brandeis University doceerde Gottlieb aan de John Hopkins University als professor in de filosofie. Momenteel is hij een senior faculty member bij Ohr Somayach in Jeruzalem.
Hoofdstuk 8: Samenvatting en conclusie
De hoofdstukken IV-VII gaven ons een overzicht van het bewijsmateriaal. Laten we nu eens kijken wat dit bewijsmaterieel ons duidelijk had moeten maken. Ten eerste moest het ons bewust maken van de uniciteit van de Joodse geschiedenis. Denk aan het marsmannetjesperspectief waar we het over hadden in hoofdstuk III. We stelden ons een marsmannetje voor dat de hele menselijke geschiedenis bestudeerde behalve die van de Joden. Het zou veschillende categorieën van te verwachten gebeurtenissen gaan herkennen: wat gebeurt er met volken onder omstandigheden van succes of tegenslag, oorlog of vrede, hongersnood of verbanning, gezondheid of ziekte, economische recessie of welvarendheid, enzovoort. Het zou bepaalde te verwachten voorwaarden gaan herkennen voor de ontwikkeling en desintegratie van beschavingen. Vervolgens vroegen we ons af: ‘Zou het marsmannetje de Jood als meer van hetzelfde beschouwen, zich gedragend volgens het patroon van wetmatigheden die hij heeft leren te verwachten? Of zou hij de Jood als volkomen uniek beschouwen in de menselijke geschiedenis?’
Het onderzoek naar de eigenschappen van de Joodse geschiedens zoals ik ze heb beschreven zouden het marsmannetje tot de conclusie brengen dat de Jood volkomen uniek is. Ten eerste beschikt de Jood over voorspellingen van gebeurtenissen waarvan men redelijkerwijs niet kan verwachten dat ze uitkomen en waaraan een neutrale bijstander een lage waarschijnlijkheid zou hebben toegekend. De schatting waar wij in hoofdstuk IV mee kwamen was een waarschijnlijkheid van 1 op 16.000 dat de voorspelling in Deuteronomium 28-30 uit zou komen. Maar tegen alle verwachtingen in kwam deze voorspelling toch uit.
Ten tweede zijn Joden getuige geweest van wonderbaarlijke gebeurtenissen, van unieke wonderen die in het openbaar plaatsvonden. Andere naties beweren niet eens zoiets meegemaakt te hebben. In de Joodse geschiedenis hebben buitengewoon unieke gebeurtenissen plaatsgevonden die dienden ter ondersteuning van het jodendom, om het een kans op overleving te geven en om het jodendom uit gevaarlijke omstandigheden te redden. Ten derde heeft het jodendom overleefd en zich ontwikkeld onder unieke historische omstandigheden, omstandigheden die normaal gesproken tot de desintegratie van het jodendom zouden moeten hebben geleid, vooral vergeleken met andere wereldreligies. Ten vierde is er een unieke levenskwaliteit en ten vijfde een unieke invloed op de wereldbeschaving. Door dit alles in acht te nemen, zou het marsmannetje tot de conclusie moeten komen dat de Joodse geschiedenis uniek is.
Nu dan, wat zal het marsmannetje doen met deze unieke geschiedenis? Nogmaals, zoals we in hoofdstuk III al zeiden, wanneer je een bepaald terrein van fenomenen bestudeert die je denkt te kunnen verklaren en wanneer je binnen dat terrein plots op een nieuw fenomeen stuit dat je met je huidige gereedschap niet kunt verklaren, dan zul je een extra stuk gereedschap toe moeten voegen om dat nieuwe fenomeen wel te kunnen verklaren. Het voorbeeld dat we gaven was dat van de kern van het atoom. Toen het onverklaarbaar werd waarom al die protonen bij elkaar zouden blijven zitten zonder elkaar af te stoten, voegden fysici de kernkracht toe die de protonen bij elkaar hield ondanks de elektrostatische kracht.
Hetzelfde geldt voor een uniek historisch fenomeen. Als dat niet verklaard kan worden door de gebruikelijke theorieën dan moet je daaruit afleiden dat er een of andere kracht bestaat die verantwoordelijk is voor dat fenomeen. Vervolgens kun je aan de hand van de beschrijving van het fenomeen een minimale beschrijving van de kracht afleiden die verantwoordelijk is voor dat fenomeen. Het moet een kracht zijn die in staat is om de kenmerkende eigenschappen van het betreffende fenomeen te veroorzaken.
Die kenmerkende eigenschappen zijn: een onverklaarbaar accurate voorspelling tegen alle waarschijnlijkheden in, wonderbaarlijke gebeurtenissen die bijdragen aan de oprichting en continuëring van het jodendom, de overleving van het jodendom tegen alle historische waarschijnlijkheden in, een unieke levenskwaliteit die alleen door joodse gemeenschappen genoten wordt en de immense invloed die het jodendom heeft op de wereldbeschaving. Welke kracht zou verantwoordelijk kunnen zijn voor dat soort resultaten?
Ten eerste moet de kracht machtig zijn. Deze kracht heeft namelijk het bestaan van een hele beschaving weten te handhaven, de overtocht door de Rode Zee mogelijk gemaakt, de openbaring op Sinaï veroorzaakt, het manna uit de hemel doen laten vallen, enzovoort. De kracht moet dus aanzienlijk veel energie tot zijn beschikking hebben. Ten tweede moet hij intelligent zijn. Een blinde of niet geïnformeerde kracht kan niet het bestaan van een complete beschaving handhaven. Ten derde moet hij een bijzondere interesse hebben voor het jodendom. Deze dingen gebeurden immers niet bij de hindoes, de eskimo's of de Chinezen, ze vonden alleen plaats bij de Joden en daarom moet deze kracht een bijzondere interesse voor de Joden hebben.
Maar ten vierde kan hij niet exclusief geïnteresseerd zijn in Joden. Als hij alleen maar in Joden geïnteresseerd zou zijn dan had hij hen kunnen verplaatsen naar een of ander afgelegen gebied om hen daar te beschermen en om daar contact met hen te hebben. Maar in plaats daarvan werden de Joden naar het kruispunt van drie continenten geleid en hadden ze een invloed op de wereldbeschaving. Blijkbaar is die kracht dan ook geïnteresseerd in de rest van de mensheid. Hij is niet exclusief geïnteresseerd in de Joden, hij wil dat het jodendom de ontwikkeling van alle beschavingen van de wereld beïnvloedt.
Nu, dit zijn allemaal beschrijvingen van God, tenminste van de joodse voorstelling van God. Die beschrijvingen van God worden rechtstreeks bevestigd door een onderzoek van het historisch verslag.
Samenvatting
Het jodendom is uniek vanwege zijn:
- Geverifieerde onwaarschijnlijke voorspelling
- Publieke, openbare wonderen
- Overleving
- Levenskwaliteit
- Invloed op de wereld
Een kracht die tot zulke resultaten in staat is, moet zijn:
- Machtig
- Intelligent
- Geïnteresseerd in de overleving van het jodendom
- Geïnteresseerd in de invloed van het jodendom op de wereld
Tot dusver kunnen we deze beschrijvingen zonder omwegen bevestigen. Andere beschrijvingen van God - dat hij oneindig zou zijn, de schepper van het universum, enzovoort - kunnen niet rechtstreeks bevestigd worden door dit onderzoek van de geschiedenis. In het jodendom vindt men ook beschrijvingen van gebeurtenissen die niet rechtstreeks op waarde kunnen worden geschat, zoals de beschrijvingen van de toekomst, dat er een messias zal zijn of wat er met de ziel gebeurt dan de dood. Er is geen manier om deze zaken rechtstreeks te bevestigen. Maar zoals ik in hoofdstuk III al zei, maakt dit onderdeel uit van hetzelfde geheel aan informatie. Omdat de onderdelen die wel rechtstreeks bevestigd kunnen worden, ondersteund worden door het bewijsmateriaal, wint de rest van de onderdelen aan geloofwaardigheid omdat zij deel uitmaakt van hetzelfde geheel aan informatie. Zo gaat het ook met elke andere bron van informatie die je op waarde probeert te schatten. Als alle verifieerbare beweringen van een bepaalde bron van informatie waar blijken te zijn dan winnen de overige beweringen aan geloofwaardigheid.
Hierdoor heeft het jodendom mijns inziens een grotere waarschijnlijk van waarheid dan al zijn alternatieven. Het heeft in ieder geval een grotere waarschijnlijkheid van waarheid dan elke andere religie want, zoals we in hoofdstuk II al zagen, bieden andere religies geen enkel relevant bewijs. Het jodendom is de enige religie die de uitdaging aangaat en bewijs levert, en dat bewijs is behoorlijk sterk. Een seculiere visie op de wereld is inferieur omdat al die gebeurtenissen niet verklaard kunnen worden vanuit een seculier standpunt. Je kunt de overleving van het Joodse volk niet verklaren, je kunt de geverifieerde verslagen van wonderen niet verklaren, je kunt de correcte voorspelling niet verklaren, je kunt de unieke levenskwaliteit niet verklaren, je kunt de impact die het jodendom op de wereldbeschaving heeft gehad niet verklaren en de som van al deze dingen samen kun je zeker niet verklaren.
Hebben we de scepticus daarmee definitief weerlegd? Kan de scepticus dan niet gewoon toegeven dat deze gebeurtenissen momenteel onverklaarbaar zijn maar dat ze wellicht in de toekomst verklaard zullen worden? Ja, het is denkbaar dat er geen God is en dat deze dingen gebeuren om natuurlijke redenen die we op dit moment simpelweg nog niet begrijpen. Maar mag ik je eraan herinneren dat dat niet de spelregels waren? Die benadering is alleen bevredigend voor Descartes. Het is nog altijd denkbaar dat de geopperde hyptohese niet waar is - maar dat geldt voor alles waar je in gelooft, voor alles wat je weet en voor alles waar je op vertrouwt. Alles heeft een denkbaar alternatief dat niet definitief weerlegd kan worden.
Dat was echter niet het criterium dat we afgesproken hadden. Het criterium was hoge waarschijnlijkheid van waarheid ten opzichte van de alternatieven. De reden waarom we dat afgesproken hadden was omdat het jodendom een praktijk is, er moeten beslissingen genomen worden. Het criterium voor verantwoordelijk gedrag is het criterium van hoge waarschijnlijkheid van waarheid. Wat de criteria dan ook mogen zijn voor theoretische overtuigingen (en de filosofie is daar hevig over verdeeld, alhoewel de meeste filosofen Descartes' criterium verwerpen) is voor ons niet relevant - wij moeten besluiten hoe te leven. Beslissingen over hoe te leven worden gemaakt op basis van hoge waarschijnlijkheid van waarheid ten opzichte van de alternatieven, dat wil zeggen, als die beslissingen op een verantwoordelijke wijze genomen worden. Dat is het criterium waar we anderen op afrekenen. Als dat het criterium is voor verantwoordelijkheid in alle andere aspecten van het leven dan moeten we het in dit aspect van ons leven ook toepassen. Daarom is het jodendom de enige verantwoordelijke manier van leven.
Samenvatting
Het gedeelte van de Thora dat niet rechtstreeks bevestigd wordt door historisch bewijsmateriaal wordt geloofwaardig door onderdeel uit te maken van hetzelfde geheel aan informatie als het gedeelte dat bevestigd is. Het jodendom heeft daarom de hoogste waarschijnlijkheid van waarheid ten opzichte van zijn alternatieven (andere religies en het seculiere standpunt). Omdat het jodendom een praktijk is, moeten we concluderen dat het de enige gerechtvaardigde manier is van leven.
Als de overtuigingskracht van het bewijsmateriaal dat de Thora waar is, eenmaal gewaardeerd wordt rijzen er automatisch twee vragen. Ten eerste: als het bewijsmateriaal zo overtuigend is, waarom geloven er dan zo weinig mensen in de waarheid van de Thora? Ten tweede: als de Thora de enige waarheid is, hebben we dan niet de verplichting haar aan anderen te verkondigen? Dit is echter in strijd met de volhardende weigering van het jodendom om anderen te bekeren. We zullen de vragen in volgorde beantwoorden.
De eerste vraag geeft een algemene vooronderstelling weer. Deze gaat als volgt: Alles wat herkend kan worden als waar door het beschikbare bewijsmateriaal en eenvoudige logica zou door de overgrote meerderheid van de mensheid als waar moeten worden beschouwd. Deze vooronderstelling is duidelijk fout.
Neem nou bijvoorbeeld anti-semitisme. Er zijn (op zijn minst) honderden miljoenen anti-semieten. Zij geloven dat Joden slecht, vies, submenselijk, enzovoort, enzovoort zijn. En toch leven velen van hen onder Joden. Ze hebben geen enkel bewijs voor hun overtuigingen. Als ze de moeite ervoor namen, zouden ze ontzettend veel bewijsmateriaal kunnen verzamelen dat hun oververguigingen weerlegt. En toch volharden ze in hun dwaasheid.
Denk eens aan de vorm van de aarde. Meer dan tweehonderd jaar geleden bestond er substantieel bewijs dat de aarde rond is. (En uiteraard geloofden sommige intellectuelen dat ook.) De waarnemingen van de sterren door zeemannen, het verschil in schaduwen om 12 uur 's middags op verschillende lokaties, het eerder verdwijnen van de onderkant van schepen dan hun vlaggen - dit bewijsmateriaal was voor velen beschikbaar. Toch twijfelde er vrijwel niemand aan de "vanzelfsprekende waarheid" dat de aarde plat is.
Denk eens aan een willekeurige menselijke studie of activiteit - bijvoorbeeld koken, economie, zeilen, mijnbouw, postzegels verzamelen - kent de meerderheid van de mensheid de waarheid in deze zaken? Normaal gesproken kennen alleen degenen die zich de moeite hebben genomen om ze te bestuderen de waarheid, en zij vormen een kleine minderheid.
De moraal is: Wat veelal ontdekt kan worden door beschikbaar bewijsmateriaal en eenvoudige logica is slechts bij een klein aantal mensen bekend.
De verklaringen voor dit falen om de waarheid te vinden verschillen van geval tot geval. In het geval van de waarheid van de Thora hoeven we niet ver te zoeken. Ten eerste hebben maar weinig mensen rechtstreeks toegang tot het bewijs dat hier behandeld wordt. Ten tweede zijn er maar weinigen die onbevooroordeeld een onderzoek kunnen doen naar verschillende religies omdat hun familie en hun sociale leven voor een groot deel afhankelijk zijn van hun affiliatie aan bepaalde godsdienst. Ten derde is het argument dat hier gepresenteerd wordt niet bepaald eenvoudig. (Kon ik het maar makkelijker maken!) Het vergt nogal wat intellectuele moeite om het argument helemaal tot zijn conclusie te volgen. Deze drie factoren zijn voldoende verklaring waarom de acceptatie van de waarheid van de Thora zo beperkt is.
De tweede vraag is als volgt: Als de Thora de waarheid is, hebben we dan niet de verplichting om haar met de rest van de wereld te delen? Het jodendom gelooft echter niet in het actief werven van bekeerlingen. Dat lijkt te impliceren dat we er niet echt in geloven!
Veel mensen delen deze misvatting. Ze beginnen met de waarheid dat het jodendom geen bekeerlingen zoekt. Van daaruit trekken ze de verkeerde conclusie dat het jodendom andere religies accepteert voor andere mensen. En daar leiden ze dan weer uit af dat het jodendom zichzelf niet als waar beschouwt.
Laten we de feiten even op een reitje zetten. Het jodendom is de waarheid zoals zij geopenbaard is door de Schepper van het hele universum. De "joodse God" is de enige God. Hij is net zo goed de God van de hindoes en de taoïsten als van de joden. Als de hindoes en taoïsten dit niet erkennen, zijn hun religieuze overtuigingen niet waar (zie hoofdstuk II).
Het is een tragedie wanneer mensen hun leven baseren op valse overtuigingen. Dit geldt voor geneeskunde, economie, voeding en (des temeer voor) religie. Omdat we de waarheid bezitten, dragen we zonder twijfel de verantwoordelijkheid om haar te delen met anderen. Dit houdt in dat we hen leren dat het waar is - en niets meer.
Veronderstel nu eens dat we hier succesvol in zouden zijn. Niet-Joden zullen gaan erkennen dat de Thora waar is. Wat dan? Wel, omdat de Thora een plaats biedt voor gelovige niet-Joden zullen we hun uitleggen hoe ze God kunnen dienen als gelovige niet-Joden. Omdat de Thora niet van hen vereist dat ze zich zouden bekeren tot het jodendom om God getrouw te kunnen dienen, hebben we geen belang in het aansporen tot bekering.
We bekeren anderen niet omdat de Thora - welke de enige religieuze waarheid is en welke we verplicht zijn aan iedereen te leren - niet van hen vereist dat ze joods zouden worden.
bron: dovidgottlieb.com














