Religieuze mensen schijnen in toenemende mate God te behandelen als een afgod, terwijl ze dat helemaal niet bewust doen. Zij overtreden hiermee het meest strenge verbod – geen andere goden te dienen – in het volste vertrouwen dat ze God op zuivere wijze dienen.
En deze mensen zijn niet anders dan u en ik.
Veel van ons zijn religieus omdat we geloven dat het de beste verzekeringspolis is voor een relatief gemakkelijk leven zonder al te veel hobbels op de weg. Om dit doel te bereiken maken we een deal met God: ik zal Uw opdrachten uitvoeren en U zal doen wat ik wil dat U voor mij doet. Wij geloven dat dat het beste beleid is om moeilijkheden te voorkomen en een aangenaam en mooi leven zal verzekeren. In plaats van dat wij God dienen, omdat Hij God is, wordt God gemanipuleerd om ons te dienen. Niet omdat Hij onze God is maar omdat Hij onze dienaar is. Dat is afgodendienst.
Deze tragische ontwikkeling is het gevolg van een grote misvatting van wat religie is. Relgieuze naleving heeft niets te maken met het ontvangen van beloningen of het winnen van Gods gunst. Het doel van religie is om ons te doen realiseren dat we leven in de aanwezigheid van God, om van ons betere mensen te maken, om ons meer gevoelig te maken en ons te verwonderen in de wonderen die ons elk moment omringen. Dat zijn de ware beloningen. Het doel is niet dat God Zijn gedrag verandert ten opzichte van ons, maar dat wij ons gedrag veranderen ten opzichte van Hem en andere mensen.
Geloven met de verwachting van beloning is hetzelfde als geloven dat als ik eenmaal weet hoe ik auto moet rijden, dat die auto dan ook kan vliegen. Maar de beloning van auto leren rijden is dat ik weet hoe ik auto moet rijden. Dit is wat de wijzen bedoelen als ze verklaren dat de beloning van het vervullen van een gebod een gebod is.
Het is waar dat de Thora ons beloningen voorhoudt als we de geboden nakomen. We moeten ons er echter wel bewust van zijn dat deze beloften niet aan het individu gericht zijn maar aan het Joodse volk als geheel, of misschien zelfs aan de hele wereld. Daarnaast zijn deze beloningen slechts bedoeld om mensen te stimuleren de geboden te doen, zij het met de verkeerde motivatie. Uiteindelijk zullen deze mensen de geboden met de juiste bedoelingen gaan doen.
Zodra iemand de intrinsieke schoonheid van een mitswa (gebod) ervaart, zal hij zich realiseren dat de mitswa zelf, en niet de exerne beloning, het doel is. In andere woorden, externe beloningen als gezondheid en een goed leven, zijn bijna betekenisloos binnen de sfeer van echte religiositeit. Het doel van deze beloften is om ze uiteindelijk overbodig te maken voor zover het onze religieuze naleving betreft.
De enorme tragedie achter het geloof dat iemand een deal kan sluiten met God is dat veel religieuze mensen niet enig intrinsieke waarde zien in religieus zijn, maar het meer zien als een verzekeringspolis die zij moeten betalen om gunstige resultaten te zien. Als zij zeker waren dat die resultaten niet zouden volgen, dan zouden ze afzien van hun religieuze inzet en een seculier, misschien zelfs een immoreel leven gaan leiden. Wat hen religieus houdt, is de angst het goede leven te verliezen, hun gezondheid of de gezondheid van een dierbare. Zij hebben de ware reden voor het niet houden van de geboden getransformeerd tot de ware motieven van hun religiositeit. Dit is duidelijk afgodendienst.
Inderdaad, velen van ons realiseren zich niet dat we in feite een compleet seculier leven leiden verborgen achter religieuze uitingen. Maar deze wijze van leven is leeg van echte religie. Zouden we werkelijk een religieus leven leiden, dan zouden we niet kijken naar extra beloningen. Religieus zou zijn – das Ding an sich, 'de zaak zelf'. We moeten toegeven dat een seculier persoon op zijn minst eerlijk is in zijn secularisme, terwijl veel religieuze mensen niet dezelfde authenticiteit kunnen claimen in hun religiositeit.
Iemand moet zeker bidden voor zekerheid, gezondheid en geluk, maar nooit zou dit verlangen naar deze belangrijke zaken het motief moeten zijn voor godsdienstigheid. Iemand zou een religieus leven moeten leven met de geloofsinstelling dat er geen andere beloning is dan de intrinsieke waarde van het religieus zijn zelf.
Het is de hoogste tijd dat wij, die onszelf religieus noemen, eerlijk in de spiegel kijken en onszelf afvragen wat ons tot deze levenstijl brengt. Is het een echt verlangen naar religie en gebodsnaleving of is het een verzekeringspolis? Dit is de vraag waar velen van ons niet mee geconfronteerd kunnen worden.
Het is waar, we kunnen onszelf voortdurend ervan overtuigen dat we voor de juiste redenen religieus zijn, maar diep in ons hart weten we dat dit niet waar is. We zijn afgodendienaars terwijl we God dienen. Het is beter dat we wakker worden en realiseren wie we zijn. Want per slot van rekening geldt dat niemand God kan chanteren.
bron: cardozoschool.org














