In een wereld vol vijandschap, is het idee van universele liefde het meest bediscussieerde ideaal geworden in de moderne cultuur. Velen geloven dat als alle mensen elkaar lief zouden hebben, dat alle wereldproblemen opgelost zouden zijn en de wereldvrede ontegenzeglijk zal volgen. De logische implicatie van deze visie is dat discriminatie van welke soort ook, waarbij iemand de een meer liefheeft dan de ander, leidt tot armoede, haat, jaloezie en oorlog.
Om deze visie te ondersteunen, verdedigen ze dat de Bijbel hun visie onderschrijft. Zij verwijzen daarbij naar het beroemde vers in Leviticus 19:18: ‘Heb je naaste lief als jezelf.’
Het is daarom opmerkelijk dat de Talmoed een verhaal vertelt dat deze mogelijkheid van universele liefde tegen lijkt te spreken.
Baba Metsia 62a noemt het geval van twee mensen die zich in een woestijn bevinden, ver verwijderd van de bewoonde wereld. Heel triest, maar een van hen heeft slechts een kruik water, en zij realiseren zich dat bij verdeling van het water zij beiden zullen sterven. Als echter de eigenaar van de kruik het water voor zichzelf houdt, zal hij overleven. Wat te doen?
Gebaseerd op het prinicpe van universele en wederzijdse liefde, zou het toch een rechtvaardige keuze zijn om het water eerlijk te delen en als broeders samen te sterven? Inderdaad, dit is de mening van een wijze, genaamd Ben Petoera. Niets toont onze liefde tot onze naaste meer dan met hem te sterven. Echter, verassend is dat het standpunt van Ben Petoera wordt tegengesproken door een van de grootste geleerden aller tijden, Rabbi Akiva. Laatstgenoemde hield vol dat de morele keuze voor de eigenaar van de kruik water moest leiden tot het drinken van al het water. Zeker is hij verplicht om alles te doen ten dienste van het leven van zijn naaste, maar deze verantwoordelijkheid gaat alleen dan pas gelden nadat hij zijn eigen overleven heeft gegarandeerd.
Volgens Rabbi Akiva is dit niet een advies dat alleen geldt voor de gemiddelde mens en dat de vrome kan negeren omdat hij zijn naaste wel grenzeloos liefheeft. Nee, het is Gods onveranderlijke wet en mag niet overtreden worden. In het licht van deze episode is het zeer opmerkelijk dat Rabbi Akiva in een ander deel van de mondelinge traditie (Jeruzalemse Talmoed, Nedariem 9:4) leert dat de wet om je naaste lief te hebben als jezelf ‘het meest fundamentele principe is van de Thora’.
Hoe kon Rabbi Akiva eisen dat de eigenaar van de kruik het water voor zichzelf moest houden en zijn naaste laten sterven van dorst, en tegelijk de naastenliefde vasthouden als het ultieme principe van Gods wet? Spreken deze ideeën elkaar niet direct tegen? Uiteindelijk zegt het vers duidelijk dat je je naaste moet liefhebben zoals je jezelf liefhebt!
Rabbi Akiva's standpunt wordt verdedigbaar indien we erkennen dat hij het vers anders leest. Anders dan Ben Petoera gelooft hij niet dat een mens ooit een ander persoon kan liefhebben zoveel als hij zichzelf liefheeft. Zelfbescherming is het hart van het menselijk bestaan. Inderdaad, het is onmogelijk om iemand lief te hebben zonder op zijn minst te leven. Dus eigenliefde is de plek van waaruit alle andere liefde kan ontspringen, en groeien en dat is inderdaad wat het vers suggereert. Het Bijbelvers zegt niet: ‘Veahavta reacha kamocha’ (heb je naaste lief als jezelf), maar het zegt: ‘Veahavta le reacha kamocha’ (heb liefde tot je naaste zoveel als je jezelf liefhebt). Dit betekent dat iemand niet zijn naaste exact lief moet hebben als zichzelf, maar dat hij zijn naaste alle goede dingen toewenst die hij zichzelf toewenst (zie het commentaar van Ramban en rabbijn S.R. Hirsch op deze Bijbeltekst).
Het idee van alle mensen gelijkelijk liefhebben is een farce en is destructief. Wat als een man zijn vrouw verklaart- ‘Liefste, ik hou van jou. Ik hou zoveel van jou. Ik hou zoveel van jou, zoals ik hou van... die andere vrouw die daar in haar tuin zit aan de overkant van de straat. En ook dat mooie meisje op die fiets. In feite, ik hou van jou net zoveel als al die vrouwen die ik nooit ontmoet heb. Ik hou net zoveel van jou als van ieder ander op deze planeet’? (Zie Ze'ev Maghen, Imagine: On Love and Lennon in Azure, lente 1999, nr. 7.)
Wij leven voor de liefde. Wij zijn bereid om bijna alles op te geven om een diepe en liefdevolle relatie te ervaren. Maar we moeten niet vergeten dat liefde gebaseerd is op voorkeur. Ware liefde maakt onderscheid. Een man heeft zijn vrouw lief omdat zij speciaal is in zijn ogen, niet omdat ze net als ieder ander is. En omdat liefde de meest ongewone en overweldigende ervaring is die de mens kan overkomen, is het deze discriminerende liefde die ons kan motiveren en stimuleren een wijze die alles te boven gaat. Zij krijg ons 's morgens uit bed, geeft ons een gevoel van warmte, kan ons brengen tot heldendaden, zet ons aan tot het brengen van offers en spoort ons aan tot het betonen van goddelijke niveaus van loyaliteit. Wie denkt dat iemand alle mensen gelijkelijk lief moet hebben, heeft geen idee wat liefde is en zal zelfs nooit werkelijk maar een persoon ooit liefhebben.
Twee mensen die geprobeerd hebben om een wereld van universele liefde te scheppen waren Stalin en Mao. De maatschappijen die zij ontwierpen dwongen mensen om hetzelfde gekleed te gaan, hetzelfde te eten, hetzelfde te zeggen en hetzelfde te denken. Het was een liefdeloze wereld zonder warmte en vreugde en het bracht een totale ramp. Deze verkeerde filosofie wordt ook gezien bij de volgelingen van Hare Krishna en een aantal andere oorsterse filosofieën, alsmede het christendom ten tijde van de kruistochten. Liefde kan niet verdeeld worden in gelijke hoeveelheden. Uiteraard, we moeten iedereen respecteren en helpen waar nodig, maar we moeten niet denken dat de wereld er beter van wordt als we het idee van speciale liefde voor speciale mensen elimineren. Onze wereld kan alleen maar beter worden als we de waarheid van Rabbi Akiva's interpretatie inzien.1
1. Ben Petoera's visie vertegenwoordigt eigenlijk geen authentiek joodse visie op leven en liefde, en in feite doet het ons herinneren aan een christelijke interpretatie van de liefde, die universeel meent te zijn. Het is daarom ook geen complete verassing dat bepaalde geleerden de mening hebben geopperd dat Ben Petoera in feite een vervorming is van de naam Ben Pandora of Ben Pantera. Pandora of Pantera is de naam van Jozef, de vader van Jezus (zie Targum 11 op de rol Esther). Als dat waar is dan is Ben Petoera Jezus zelf (zie ook Tosefta Choelien 11:22, 24). In dat geval noemt de Talmoed beide opinies om de vroeg-christelijke interpretatie van de Thora te weerspreken.
bron: cardozoschool.org














