Het staat noachieten vrij om de zevende dag te eren door de unieke plaats die God hem gegeven heeft te gedenken, maar niet door iets te doen waardoor het lijkt alsof zij het sabbatsgebod naleven op de manier waarop de joden het verplicht zijn.
Noachieten zouden zich bijvoorbeeld niet opzettelijk en specifiek moeten onthouden van ook maar één van de 39 creatieve activiteiten die voor joden verboden zijn op de sabbat.
Het is een noachiet wel toegestaan om de zevende dag op sommige manieren te markeren. Hier volgen enkele suggesties:
- Besteed wat extra tijd aan het bestuderen van geschikte Thora-onderwerpen, gebruikmakend van vertalingen van orthodox-joodse uitgeverijen. Enkele suggesties: de Hebreeuwse Bijbel (vijf boeken, profeten en geschriften), boeken die handelen over de juiste uitvoering van noachitische wetten en chassidische werken. Het is ook goed om werken over natuur en wetenschap te bestuderen met het doel om de waardering van grootsheid en wonderen van God te vergroten.
- Besteed extra tijd aan gebed. Psalm 92 is specifiek voor de sabbat, de psalmen 120 tot en met 150 zijn tevens geschikt.
- Besteed wat extra tijd met het gezin om de banden van liefde te versterken, evenals de toewijding aan en het begrip van de noachitische waarden. Het kan vooral nuttig zijn om op een dag als deze de tv een keertje uit te laten!
Bijbelse geschiedenis
Aan het begin van de zevende dag van de allereerste week, onthield (Hebreeuws: jiesjboot) God zich van zijn 'werk' van creatie en zette hem apart als heilig, net als elke volgende zevende dag (Genesis 2:1-3). Adam en Eva hadden echter geen enkel gebod ontvangen voor wat betreft het in acht nemen van de sabbat. In Genesis 1:28 staat zelfs dat God hun vertelde dat zij en hun nakomelingen de aarde moesten 'bedwingen', wat creatieve activiteit impliceert.
Na de vloed zei God tegen Noach en zijn gezin: ‘Voortaan zullen, zolang de aarde zal bestaan, [...] dag en nacht niet ophouden [Hebreeuws: lo jiesjbotoe].’ Deze mededeling wordt van oudsher alternatief geïnterpreteerd als verbod op het onderhouden van een sabbat van onthouding van creatieve activiteit. In het Hebreeuws kun je namelijk lezen: ‘Voortaan [...] [zal er], zolang de aarde zal bestaan, [...] dag en nacht geen onthouding [van creatief werk] zijn.’
Het eerste vers in de Thora dat dit verbod teniet doet, is Exodus 16:23, dat aan de joden gericht is. Een paar weken later kregen de joden het gebod rechtstreeks van God te horen bij de berg Sinaï als onderdeel van de tien geboden die specifiek aan de Israëlieten gericht waren: ‘Ik ben de Eeuwige, je God, die je heeft uitgevoerd uit het land Egypte, uit het slavenhuis’ (Exodus 20:2). Ook wanneer Mozes het sabbatsgebod herhaalt in Deuteronomium 5:12-15 blijkt duidelijk dat dit gebod specifiek tot de Israëlieten gericht is: ‘Denk er aan dat je slaaf bent geweest in het land Egypte en dat de Eeuwige, je God, je van daar heeft weggevoerd en met sterke hand en met uitgestrekte arm; daarom gebiedt de Eeuwige, je God, je de Shabbathdag te vieren.’
Zijn er nog meer joodse wetten die verboden zijn voor noachieten?
Het boek The Path of the Righteous Gentile geeft de volgende instructies. De gedeelten tussen rechte haken ([]) zijn toevoegingen om het een en ander te verduidelijken.
‘Alhoewel de kinderen van Noach alleen geboden zijn inzake de zeven universele geboden, is het hun toegestaan om [bijna] alle 613 [joodse] geboden van de Thora op zich te nemen om zo goddelijke beloning te ontvangen. De uitzonderingen zijn:
- De [of een] sabbat onderhouden op de joodse manier (onthouding van de [39 categorieën van] handelingen die vereist waren voor de bouw van de tabernakel tijdens de exodus uit Egypte).
- De joodse feestdagen onderhouden op de joodse manier (rusten op dezelfde manier als op de sabbat [door volledige onthouding van alle 39 categorieën van werk]). [Op joodse feestdagen die niet op de sabbat vallen, zijn sommige van de 39 categorieën van werk toegestaan.]
Het studeren van die gedeelten van de Thora [met name de mondelinge Thora] die niet van toepassing zijn op de noachitische dienst aan God.
(Een primair doel van de zeven universele wetten is om de kinderen van Noach te onderwijzen in de eenheid van God. Daarom zijn die delen van de Thora die bijdragen aan deze kennis toegestaan om te studeren. Hieronder vallen alle vierentwintig boeken van de Hebreeuwse Bijbel. Ook de studie van elk gedeelte van de Thora dat bijdraagt aan een grotere kennis betreffende de praktijk van de zeven noachitische geboden is toegestaan. Maar Talmoedische of halachische [joodse religieuze wet] studies van onderwerpen die exclusief van toepassing zijn op de joodse dienst aan God, zijn verboden. Het bestuderen van Thoragedeelten die niet op de noachiet van toepassing zijn, is schadelijk voor zijn ziel.)
[Daarom is het belangrijk om deskundige rabbijnse begeleiding te hebben bij de keuze in wat te studeren, in het geval men verder gaat dan de 24 boeken van de Hebreeuwse Bijbel. In het bijzonder, wanneer een noachiet een joods gebod wil gaan onderhouden dat voor hem is toegestaan, moet hij eerst alle praktische details (de halacha) van dat gebod leren.]
- Het schrijven van een Thorarol (de vijf boeken van Mozes) of een aliyah naar de Thora ontvangen (een Thoragedeelte voorlezen bij een openbare vergadering).
- Het maken, schrijven of dragen van tefillien, de gebedsriemen die [door joodse mannen op hoofd en arm] gedragen worden tijdens gebed en die gedeelten van de Thora bevatten.
- Het schrijven of bevestigen van een mezoezah, het perkament dat gedeelten van de Thora bevat, aan iemands deurpost of poort.’
Merk op dat de auteurs in deze lijst niet het verbod op het eten van een ritueel geslacht paschalam hebben opgenomen, noch dat van een ander ritueel geslacht dier, waarvan sommige gedeelten voor consumptie bestemd waren. Dit is waarschijnlijk weggelaten omdat het voor joden nu niet mogelijk is om dit gebod in acht te nemen wegens het ontbreken van de tempel.
Aanraders
Als een noachiet zijn baard wil laten groeien, is het raadzaam dat hij duidelijk stelt dat hij dat doet zonder religieuze dwang of gelofte.
Als een noachiet in het openbaar een hoofdbedekking wil dragen, doet hij er goed aan om een gewone hoed of pet te dragen in plaats van een joodse kippah. Op die manier zien mensen hem niet per ongeluk aan voor een jood.
Wanneer een noachiet tijdens sabbat een synagoge bezoekt, zou hij niet rechtstreeks van de synagoge in zijn auto moeten stappen. Omstanders zouden hem immers aan kunnen zien voor een jood, in dit geval een jood die het sabbatsgebod overtreedt.
Wanneer een noachiet de gebeden in een synagoge meeleest, is het raadzaam te zwijgen bij de gedeelten die exclusief op joden van toepassing zijn.
Samenvattend
Noachieten zouden niet het paard achter de wagen moeten spannen door te experimenteren met joodse geboden, nog voordat dat zij zich hebben toegelegd op de zeven noachitische geboden, welke God van hen vereist om een plaats in de komende wereld te verdienen. Met deze toewijding zouden zij de zeven noachitische geboden moeten uitvoeren en studeren op de best mogelijke manier, onder de leiding van een orthodoxe rabbijn. Als ze een extra gebod in acht willen nemen, dan is het geven van geld aan goede doelen een uitstekende start.
bron: asknoah.org














