15 februari 2009
Onderstaande samenvatting is voornamelijk gebaseerd op The Seven Laws of Noah van Aaron Lichtenstein en The Rainbow Covenant van Michael E. Dallen.
Algemeen
Jesaja 1:17: Leer goed te doen. Zoek het recht, houd tirannen in toom, bied wezen bescherming, sta weduwen bij.
Waarom al het rechtsrepeken niet overlaten aan hem 'die rechter is over de hele aarde' (Gen 18:25)? Omdat mensen niet alleen individueeel maar ook collectief verantwoordelijk zijn voor hun daden. Mensen zijn geen eilanden maar sociale wezens. Ze dragen de verantwoordelijkheid voor de misdaden waar ze weet van hebben of hadden kunnen hebben. Volgens Maimonides ben je zelf strafbaar als je geen aangifte doet van een misdaad.
Nachmanides vindt dat er zoveel mogelijk wetten geformuleerd moeten worden, anarchie moet zoveel mogelijk bestreden worden.
Deuteronomium 16:20: Zoek het recht en niets dan het recht.
Gelijkheid voor de wet is een Joodse uitvinding. Ook de koning stond onder de wet. Dit is in bijvoorbeeld veel Europese moarchieën nog maar sinds relatief kort het geval.
Deuteronomium 10:17: Hij handelt zonder aanzien des persoons en is onomkoopbaar; hij verschaft weduwen en wezen recht, neemt vreemdelingen in bescherming.
De strafmaat moet zo exact mogelijk overeenkomen met de misdaad. In civiele rechtzaken betekent dit dat de dader het slachtoffer moet herstellen in zijn vorige staat. Of iemand minister, arbeider, professor of barman is, mag hier geen enkele invloed op de uitspraak hebben.
Exodus 21:24: Een oog voor een oog, een tand voor een tand, een hand voor een hand, een voet voor een voet.
In civiele zaken is een compromis beter dan een rechterlijke uitspraak. Het eerste bevordert vrede terwijl het tweede waarheid bevordert.
Sjechem
Genesis 34:
Op een dag ging Dina, de dochter van Lea en Jaäkov, eens kijken bij de meisjes van dat land. Zij werd opgemerkt door Sjechem, een van de zonen van de Chiviet Chamor, die over dat gebied heerste. Hij overweldigde en verkrachtte haar. Maar omdat hij zich onweerstaanbaar tot Dina aangetrokken voelde en verliefd op haar was, deed hij zijn best om het meisje voor zich te winnen. ‘Zorg ervoor dat dat kind mijn vrouw wordt,’ zei hij tegen zijn vader Chamor.
Het was Jaäkov wel ter ore gekomen dat Sjechem zijn dochter had onteerd, maar zijn zonen waren op dat moment in het veld bij het vee, en hij ondernam niets zolang zij niet thuis waren. Chamor, Sjechems vader, kwam bij Jaäkov om met hem te praten. Zodra Jaäkovs zonen van het gebeurde hadden gehoord, waren zij naar huis gekomen. Ze voelden zich diep gekrenkt en waren woedend omdat Sjechem gemeenschap had gehad met hun zuster en zich schuldig had gemaakt aan iets dat voor de Israëlieten een schandelijk en ontoelaatbaar vergrijp is. Chamor deed hun een voorstel: ‘Sjechem, mijn zoon, houdt zielsveel van uw zuster. Daarom verzoek ik u haar aan hem uit te huwelijken. En verbind u ook door andere huwelijken met ons: geef ons uw dochters en trouw zelf met die van ons. En blijf dan bij ons, het land ligt voor u open: u kunt er wonen, er vrij in rondtrekken en er grond kopen.’ Sjechem zelf zei tegen Dina’s vader en broers: ‘Bewijs mij alstublieft die gunst, dan geef ik u wat u maar wenst. Vraag gerust een hoge bruidsprijs van me en grote geschenken, ik geef u alles wat u verlangt, als u mij het meisje maar tot vrouw wilt geven.’ Jaäkovs zonen gaven Sjechem en zijn vader een listig antwoord; dat deden ze omdat Sjechem hun zuster Dina had onteerd. ‘Dat kunnen we niet doen,’ zeiden ze, ‘onze zuster aan iemand geven die niet besneden is, dat zou voor ons een schande zijn. Wij kunnen uw verzoek alleen inwilligen op voorwaarde dat u net zo wordt als wij, dat iedereen van het mannelijk geslacht bij u wordt besneden. Dan geven wij onze dochters aan u en trouwen wij met uw dochters, en dan blijven we bij u wonen en kunnen wij één volk worden. Maar als u geen gehoor geeft aan deze eis, als u zich niet laat besnijden, halen we onze zuster terug en vertrekken.’ Met dat voorstel konden Chamor en zijn zoon Sjechem instemmen.
De jongeman wilde geen moment wachten met de uitvoering ervan, want hij begeerde Jaäkovs dochter vurig. Hij had meer invloed dan wie ook van zijn familieleden. Samen met zijn vader Chamor ging hij naar de stadspoort. Tegen de mannen die daar bijeen waren, zeiden ze: ‘Die mensen hebben vredelievende bedoelingen. Laat hen daarom hier wonen en vrij in ons land rondtrekken; er is immers ruimte genoeg voor hen in ons land. Wij kunnen met hun dochters trouwen, en onze dochters kunnen we aan hen geven. Maar ze stellen één voorwaarde voordat ze bereid zijn om bij ons te wonen en één volk met ons te worden: al onze mannen en jongens moeten worden besneden, net als zij. Denk u eens in – hun hele veestapel en al hun bezittingen zullen voor ons zijn! Laten we hun dus ter wille zijn, dan blijven ze bij ons.’ Allen die in de stadspoort bijeen waren gekomen gaven gehoor aan de oproep van Chamor en Sjechem, en zo werden allen van het mannelijk geslacht die daar bijeen waren, besneden.
Drie dagen later, toen de mannen van Sjechem koortsig waren, pakten twee van Jaäkovs zonen, Sjimon en Levi, die volle broers van Dina waren, hun zwaard en overvielen de stad, waar niemand op onraad bedacht was. Ze doodden alle mannen. Ook Chamor en zijn zoon Sjechem brachten ze om het leven. Ze haalden Dina uit Sjechems huis en vertrokken. Daarop beroofden Jaäkovs andere zonen de slachtoffers en plunderden de stad, omdat hun zuster onteerd was. Schapen, geiten, runderen, ezels, en alles wat er in de stad of op het veld te vinden was maakten ze buit. Alle bezittingen namen ze mee, en de vrouwen en kinderen voerden ze als gevangenen weg; ze roofden de huizen helemaal leeg.
Jaäkov maakte Sjimon en Levi verwijten. ‘Jullie hebben mij in het ongeluk gestort,’ zei hij, ‘want jullie hebben mij een slechte naam bezorgd bij de inwoners van dit land: de Kenaänieten en de Perizieten. Ik heb maar een handjevol mannen, dus als ze met zijn allen tegen mij optrekken, zullen ze me verslaan en word ik met mijn hele familie vermoord.’ Maar zij antwoordden: ‘Moesten we onze zuster dan als een hoer laten behandelen?’
Maimonides, Wetten der Koningen 9:14:
Hoe moeten Noachieten het gebod op het instellen van rechtbanken vervullen? Ze moeten in elke grote stad rechters en officieren aanstellen die oordelen op basis van de overige zes wetten. Ze moeten het volk waarschuwen deze wetten te gehoorzamen. Een overtreder moet onthoofd worden. Bijvoorbeeld een afgodendienaar, een godslasteraar, een moordenaar, een ontuchtige, een kruimeldief, iemand die een deel van een levend dier eet of iemand die getuige is van een van deze misdaden maar de misdadiger niet veroordeelt en bestraft - al deze mensen moeten geëxecuteerd worden door onthoofding. Hierom waren alle inwoners van Sjechem des doods schuldig. Want de inwoners van Sjechem waren getuige van de ontvoering door Sjechem maar ze veroordeelden hem niet.
bron: http://wikinoah.org/index.php/Maimonide ... _Chapter_9
Nachmanides is het hier niet mee eens omdat Jaäkov bij een officiële executie een leidende rol zou moeten hebben gehad. En omdat Jaäkov vele jaren na dit voorval zei: 'Sjimon en Levi zijn altijd samen, zij beramen niets dan geweld. Ik wil niet deelnemen aan hun beraad, op hun bijeenkomsten wil ik niet zijn. In woede ontstoken doden zij mannen, moedwillig verlammen ze stieren. Vervloekt zij hun grimmige woede, vervloekt hun ontembare razernij. Ik zal hen verstrooien over Jaäkovs volk, hen over Jisraëel verspreiden' (Gen. 34:5-7).
Laten we eerst Maimonides' standpunt proberen te begrijpen voordat we verder ingaan op Nachmanides' visie.
Over het algemeen geldt dat noachieten alleen voor actieve overtredingen de doodstraf kunnen krijgen. Rabbi Nachman ben Isaak zei: 'Hun verbod is hun doodstraf' (Talmoed Sanhedrin 57a). Hoe kan Maimonides dan vinden dat de stad van Sjechem des doods schuldig was geworden door passief te blijven?
In de Talmoed (Sanhedrin 58b) wordt gediscussieerd over welke geboden wel en niet noachitisch genoemd mogen worden en waarom. We haken in op het gedeelte waar Resj Lakisj noachieten verbiedt de sabbat te vieren. Hoe kwam hij hiertoe?
In Genesis 2:2 staat: Hij hield de zevende dag op [ישבת, jiesjbooth]met al het werk dat Hij tot stand had gebracht. In Genesis 8:22 staat: Voortaan zullen ... dag en nacht niet ophouden [ישבת, jiesjbooth]. Dit kun je ook lezen als: Voortaan zal er ... dag en nacht geen onthouding [van werk] zijn. Met andere woorden: G-d gebood Noach om elke dag van de week te werken.
Daarna volgt de vraag waarom het sabbatsverbod dan toch geen noachitisch verbod is. Het antwoord daarop is dat noachieten enkel negatieve geboden hebben, geen positieve. (Deze regel geldt alleen voor de 7 'hoofdgeboden' maar niet voor de daaruit voortvloeiende subgeboden. De sabbat kan niet ingedeeld worden in een van de bestaande hoofdgeboden. En omdat het positief is, kan het ook geen 8ste gebod worden.)
Is het sabbatsverbod dan geen negatief gebod? Nee. Een gebod is negatief als het een onthouding van actie inhoudt. Een verbod op het onthouden van werk vereist echter actie, namelijk werk. Daarom is het sabbatsverbod een positief gebod, aldus Rasjies commentaar op dit Talmoedgedeelte.
En nu de vraag waar het ons om gaat: diniem is een positief gebod, maar het staat toch in de lijst van noachitische geboden? Het antwoord luidt: inderdaad, diniem is een positief gebod (actief: rechtsorde creëren), maar het is ook een negatief gebod (passief: recht niet verdraaien door bv. omkoping).
Maimonides vindt dat, alhoewel diniem een negatief element bevat (verbod op verdraaiing van recht), het in essentie een positief gebod is. Het Talmoedische antwoord ontkracht de stelling in de vraag dan ook niet dat diniem een positief gebod is, maar laat zien dat het daarnaast ook een negatieve kant heeft.
Dus herhalen wij de vraag: als diniem in essentie een positief gebod is en noachieten alleen voor actieve overtredingen de doodstraf kunnen krijgen, waarom acht Maimonides de stad van Sjechem dan toch des doods schuldig door hun passiviteit? Rabbi Hoena, Rav Jehoedah en alle volgelingen van Rav Abba Arika zeggen dat noachieten voor een overtreding van elk van de zeven geboden des doods schuldig zijn, dus ook voor diniem (Talmoed Sanhedrin 57a). Zoals we al zagen, geldt dit alleen voor actieve overtredingen. Maar omdat diniem in essentie een positief gebod is, zijn zowel actieve als passieve overtredingen van dit gebod strafbaar. Want als de essentie van een gebod niet strafbaar is met de dood dan is dat gebod het niet waard om universeel (of: noachitisch) genoemd te worden, zo moet Maimonides gedacht hebben.
Nachmanides ziet dit anders. Hij ziet diniem niet slechts als instrument om de naleving van de overige zes geboden af te dwingen. Volgens hem is diniem een verzameling wetten. Hieronder schaart hij al het formele strafrecht van elk noachitisch gebod, en voegt er het civiele recht aan toe. Wat er binnen de grenzen van de overige zes geboden dan nog overblijft, is het materiële recht.
Strafrecht: bepaalt welke handelingen strafbaar zijn; gang naar rechter geïnitieerd door officier van justitie (vervolging is collectieve verantwoordelijkheid, compromis niet mogelijk)
Civiel recht: bepaalt regels voor onderlinge verhoudingen; gang naar rechter geïnitieerd door burger (geen collectieve verantwoordelijkheid, compromis buiten rechtbank verdient voorkeur)
Formeel recht: regels die gelden voor de rechter; hoogte van straffen e.d.; formeel recht dwingt materieel recht af
Materieel recht: regels die gelden voor de burger
Doordat al deze formele wetten onder één categorie, namelijk diniem, vallen, kan het niet zo zijn dat iemand wel voor een passieve daad van onrecht bestraft wordt maar niet voor een passieve daad van diefstal. In beide gevallen wordt de straf immers bepaald door het formele strafrecht, dat in haar geheel onder diniem valt.
Volgens Maimonides bevat elk noachitisch gebod zowel materieel als formeel strafrecht, binnen zijn eigen categorie. Daarom moet Maimonides voor diniem een uitzondering maken als het gaat om de bestraffing van passieve overtredingen.
Hoe zou Maimonides reageren op Nachmanides' tegenwerpingen (Jaäkov had geen leidende rol en keurde het gedrag van Sjimon en Levi af)? Je zou kunnen zeggen dat Sjimon en Levi naar de letter van de wet misschien niet verkeerd gehandeld hadden, maar wel ingingen tegen de geest van de wet.
Van de boeken die ik tot mijn beschikking heb, scharen de volgende zich achter Maimonides' mening:
- The Path of the Righteous Gentile, Chaim Clorfene en Yakov Rogalsky
- The Seven Laws of Noah, Aaron Lichtenstein
- The Rainbow Covenant, Michael Ellias Dallen
Al deze auteurs vinden dat de stad van Sjechem des doods schuldig was.
Omdat de boeken die ik ken allemaal uitgaan van Maimonides' standpunt, doen we dat hier ook. Wat voor gevolgen heeft dit standpunt nu?
Dit betekent onder andere dat zwijgen bij onrechtvaardigheid in de samenleving een criminele daad is. Je bent schuldig als je geen aangifte doet van een misdaad waar je getuige van bent.
Sommigen drijven Maimonides' opvatting tot het uiterste en stellen dat gehoorzaamheid aan de noachitische geboden door Joden met het zwaard afgedwongen moet worden, net zoals Sjimon en Levi dat deden. Dit is een messiaanse visie waarin Israël rechtspreekt over andere volken. Noachitische rechtbanken zijn ondergeschikt aan de Joodse. Bij mijn weten is dit echter de mening van een zeer kleine minderheid. Maar omdat juiste deze kleine groep sterk aanwezig is op het internet en veel doet voor noachieten, zouden noachieten de indruk kunnen krijgen dat dit het joodse standpunt is... ten onrechte. Zie http://www.1stcovenant.org/pages/FAQTorah.htm.
Natuurrecht
Een andere benadering ziet de Joden als een van de noachitische volken, volkomen gelijkwaardig aan andere noachtische volken. Andere volken zijn autonoom als het aankomt op de uitwerking van het noachitische recht in hun samenleving. Rabbijnen moeten zich niet ongevraagd bemoeien met de wetgeving in de Tweede Kamer (alhoewel parlementariërs best advies kunnen vragen, naar voorbeeld van Hugo de Groot). De bijzondere plaats die Joden innemen, is dat zij als enige natie de noachitische geboden hebben weten te bewaren. Dit geeft hen niet het recht om recht te spreken over andere volken maar geeft hen de mogelijkheid andere volken te onderwijzen.
Deze opvatting komt het meest extreem tot uiting in de opvatting die noachitisch recht volledig gelijkstelt met natuurrecht. Zie bijvoorbeeld Natural Law in Judaism van David Novak.
Het natuurrecht is niet het recht dat af te leiden is uit de dieren- of plantenwereld, maar het is recht dat voortkomt uit het verstand (de natuur) van de mens. Omdat deze ratio universeel is, is ook het natuurrecht universeel.
Het werk van Hugo de Groot, Over het recht van oorlog en vrede, is een detaillering van dit natuurrecht. Dit werk is later de grondwet van de westerse wereld geworden, het internationale recht of volkenrecht. Hugo de Groot heeft voor deze codificatie zeer veelvuldig de Talmoed geraadpleegd en de noachitische wetten bestudeerd. In zijn tijd was het noachitisch recht dan ook de meest uitgewerkte versie van wat een universele wet zou kunnen zijn.
Dat de natuurwet voortkomt uit het verstand hoeft overigens niet te betekenen dat deze daarom menselijk is. Hugo de Groot stelt dat het natuurlijke recht 'zo onveranderlijk is dat zelfs G-d er niet aan kan tornen'. Hij baseerde dit misschien wel op Genesis 18:25: Dat kunt u toch niet doen! Hij die rechter is over de hele aarde moet toch rechtvaardig handelen?
Thomas van Aquino stelt dat het natuurrecht een goddelijke status heeft omdat het verstand goddelijk is. Genesis 1:26: Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken.
Zelf denk ik dat noachitisch recht inderdaad veel gemeenschappelijk heeft met natuurrecht. Echter, het noachitisch recht bereikt ons via Mozes als geopenbaarde wet. Wij hebben haar dus niet met ons verstand ontdekt. Maar je zou kunnen zeggen dat het toch veel lijkt op een natuurwet omdat wij met onze ratio de rechtvaardigheid van deze wetten kunnen bevestigen. Deuteronomium 4:6: Alle volken die dat zien en van deze wetten horen, zullen zeggen: ‘Wat is dat grote volk wijs en verstandig!’
Doodstraf
Denk niet dat de Koning van deze wereld verzot is op medogenloze en bloedige strafmaten.
Een sanhedrin dat eens per zeven jaar de doodstraf oplegt, is bloedig. Rabbi Eliëzer ben Zariah zegt: 'Eens in zeventig jaar'. Rabbi Tarfon en rabbi Akiva zeggen: 'Zouden wij lid zijn geweest van het sanhedrin dan zou er nooit iemand ter dood gebracht zijn.'
- Talmoed Misjna Makkoth 1:10
De strafmaten in de Bijbel en Talmoed leren ons het gewicht van een zonde. Wie moordt of verkracht, is zijn eigen leven niet meer waard en is wat de hemel betreft des doods schuldig.
De Thora zelf waarschuwt voor het al te letterlijk toepassen van deze bloedige straf. Exodus 23:7: Laat je niet beïnvloeden door valse aantijgingen en breng een onschuldige die in zijn recht staat niet ter dood; wie zich daaraan schuldig maakt, laat ik niet vrijuit gaan.
In Of Crimes and Punishments van Cesare Beccaria wordt zelfs verdedigd dat de straffen zo laag mogelijk moeten zijn. Het doel is: zo min mogelijk lijden voor de veroordeelde (vandaar dat noachieten alleen onthoofding kennen: dat is de meest pijnloze vorm van de doodstraf) en een zo groot mogelijk afschrikeffect voor het volk.
In sommige Amerikaanse staten wordt nog wel de doodstraf gehanteerd terwijl dat in andere staten niet het geval is. Uit onderzoek zou blijken dat de doodstraf in veel of alle staten niet (meer) werkt als afschrikmiddel. Dat is een goed argument om haar in die staten af te schaffen.
Onderwijs
Wat als iemand per ongeluk overspel pleegt omdat hij zich in het donker vergist had? Dan mag hij niet veroordeeld worden. En wat als iemand weet dat het de vrouw van een ander is, maar niet weet dat overspel verboden is? Dan is hij schuldig, want hij had de wetten moeten leren maar heeft dat niet gedaan.
- Maimonides, Wetten der Koningen 10:1 (vrij vertaald)
Hieruit blijkt hoe belangrijk studie en onderwijs is. Het is verplicht. Je kunt je als noachiet niet beroepen op onwetendheid. Tenzij studie onmogelijk was omdat je bv. opgroeide in een roversbende; deze uitzondering geldt weer niet voor moord.
Wie seks heeft met een vrouw zonder haar te vragen of ze getrouwd is, is schuldig aan overspel als achteraf ze wel getrouwd blijkt te zijn. Noachieten moeten dus niet alleen kennis nemen van de wet maar ook van de omstandigheden waarin zij toegepast moet worden. Je kunt je dus ook niet beroepen op het feit dat je niet wist dat mp3'tjes die je deelt met anderen auteursrechterlijk beschermd zijn.
Kortom, een goede noachiet studeert de noachitische wetten, de wetten van zijn land en de omstandigheden waarin die wetten toegepast moeten worden.
Lichtenstein
p176 - Deuteronomium 16:18: Stel in alle steden die de Eeuwige, uw God, u in uw stamgebieden zal geven, rechters en griffiers aan, die zorg moeten dragen voor een zuivere rechtspraak.
p177 - Leviticus 19:15: Wees niet partijdig wanneer je rechtspreekt. Trek onaanzienlijken niet voor en zie machthebbers niet naar de ogen.
p178 - Leviticus 5:1: Wie zondigt doordat hij geen gehoor geeft aan een met een vervloeking bekrachtigde oproep om te getuigen, terwijl hij het misdrijf wel heeft gezien of ervan weet, maakt zich strafbaar.
n273 - Leviticus 19:15: Pleeg geen onrecht bij de rechtspraak.
n274 - Exodus 23:8: Neem geen steekpenningen aan, want steekpenningen maken zienden blind en maken eerlijke mensen tot leugenaars.
n275 - Leviticus 19:15: Zie machthebbers niet naar de ogen.
n276 - Deuteronomium 1:17: Laat u door niemand bang maken, want u spreekt recht namens God.
n277 - Exodus 23:3: Iemand die arm is, mag je in een rechtszaak niet bevoordelen.
n278 - Exodus 23:6: Bij een rechtszaak moet je de rechten van de armen [zondaars] eerbiedigen.
n279 - Deuteronomium 19:21: Heb geen medelijden en eis een leven voor een leven.
n280 - Deuteronomium 24:17: U moet de rechten van vreemdelingen en wezen eerbiedigen.
Spreuken 31:8-9: Spreek voor hen die weerloos zijn, bescherm het recht van de vertrapten. Spreek, oordeel rechtvaardig, geef de armen en behoeftigen hun recht.
n281 - Exodus 23:1: Onthoud je van lasterlijke aantijgingen. (Tegenpartij moet aanwezig zijn.)
n284 - Deuteronomium 1:17: Wanneer iets u te moeilijk is, leg het dan aan mij voor en ik zal me erover buigen.
n289 - Exodus 20:13: Pleeg geen moord.
n290 - Exodus 23:7: Laat je niet beïnvloeden door valse aantijgingen en breng een onschuldige die in zijn recht staat niet ter dood; wie zich daaraan schuldig maakt, laat ik niet vrijuit gaan.
n294 - Deuteronomium 22:23-26: Als iemand in de stad een meisje ontmoet dat al uitgehuwelijkt is, en gemeenschap met haar heeft, dan ... Maar als het meisje in het open veld wordt belaagd ... gaat het meisje vrijuit.
p226 - Exodus 21:20: ... dan moet er vergelding plaatsvinden. (Dood door onthoofding.)
n292 - Numeri 35:12: Die steden dienen als vrijplaats tegen bloedwrekers, zodat voorkomen wordt dat iemand die een ander gedood heeft, sterft voordat hij voor de gemeenschap heeft terechtgestaan.
p179 - Numeri 13:15: ... dan moet u navraag doen, een onderzoek instellen en de zaak tot op de bodem uitzoeken.
n285 - Exodus 20:16: Leg over een ander geen vals getuigenis af.
Een toevoegingen uit The Rainbow Covenant:
Deuteronomium 24:16: Ouders mogen niet ter dood gebracht worden om wat hun kinderen hebben misdaan, en kinderen niet om de misdaden van hun ouders; alleen om wat iemand zelf misdaan heeft, mag hij ter dood gebracht worden.
Iemand die genade toont aan een wrede zal uiteindelijk wreedheid tonen aan de genadige.
Praktijk
Wat moeten we nu met al deze regels die voornamelijk aan rechters, advocaten en dergelijken gericht zijn, als we dat zelf niet zijn?
Een mens is in veel gevallen rechter. Denk aan een schooljuffrouw die na een ruzie moet oordelen welk kind bestraft moet worden. Wanneer zij de aantijgingen aanhoort, moeten beide kinderen aanwezig zijn. En ze mag er niet zomaar vanuit gaan dat Kees de schuldige is omdat hij altijd degene is die ruzie zoekt.
Of een manager die op het punt staat een disciplinaire maatregel te treffen. Heeft hij de verhalen over die werknemer wel gecontroleerd op waarheid?
Of denk aan iemand die een roddel hoort en daarbij eerstehands bewijs onder ogen krijgt. Is het bewijs solide genoeg om de roddel als waar aan te nemen en maatregelen te treffen?
Of je onderzoekt de waarheid van een stelling en leest daarom twee boeken: een die de stelling verdedigt en een die hem verwerpt. Zeg dan niet na het eerste boek: 'Ik ben er nog niet helemaal uit maar ik neig naar ...', maar stel je oordeel uit tot je alle getuigen (of boeken) gehoord hebt. Een mens geeft achteraf namelijk niet graag toe dat hij fout zat. Daarom probeer je je 'halverwege-antwoord' te verdedigen terwijl je het tweede boek leest. Dit vertroebelt je objectieve denken.
In het hoofd van elk mens zetelt een rechtbank.
