Introductie.
Rambam (1135-1204) heeft in zijn commentaar op de Misjnah, in het laatste hoofdstuk van het Talmoeddeel/tractaat Sanhedrin een uiteenzetting gegeven van het Joodse geloof in de vorm van 13 basisprincipes. Aanleiding is de vraag of inderdaad heel Israel deel zal hebben aan de toekomende wereld.
Deze 13 principes zijn in de liturgie opgenomen in 2 verschillende vormen:
1. Yigdal. Geschreven door rabbi Daniel ben Jehudah van Rome in het begin van de 14e eeuw.
2. Ani ma’amin. Door een onbekend iemand geschreven in het begin van de 16e eeuw.
Waarom zijn er 13 ?
Rabbi Avraham Horowitz ziet een relatie tussen de 13 artikelen en de 13 G’ddelijke attributen in Ex.34.
Zijn alle 13 nodig ?
Rabbi Crescas meent dat er slechts 6 nodig zijn.
Rabbi Simeon ben Zemach Duran en in navolging rabbi Josef Albo verdedigen dat slechts 3 echt basaal zijn. De andere principes zijn hieruit af te leiden.
Beide zijn wel van mening dat ontkenning van de afleidingen tevens tot ketterij behoort.
Waarom zijn er dan toch 13 geformuleerd ?
Hierop zijn 2 verschillende antwoorden te geven.
1. Ten tijde van Rambam werd het Jodendom uitgedaagd door andere filosofieen en religies. Dit kun je zien in de formulering van deze 13 principes. Zo is het benadrukken van het EEN zijn van G’d een duidelijk verzet tegen het christendom en beluisteren we zijn verzet tegen de Islam met het benadrukken van de uniciteit van de profetische status van Mozes.
De 13 principes fungeren hiermee vooral in pedagogische zin en als ondersteuning van het Joodse ‘geloof’ en maakt het Jodendom exclusief/particularistisch.
2. Onafhankelijk van elkaar benaderen 2 rabbijnen deze vraag anders:
Rabbi J.Guttmann in “Philosophies of Judaism” : De 13 principes bevatten het minimale ‘kennis’nivo die nodig is om deel te krjgen aan de toekomende wereld. Rambam hanteert kennis als noodzakelijke voorwaarde voor het bereiken van de onsterfelijkheid van de ziel. Het gaat hem om de ontwikkeling van deze intellectuele kracht. Dan pas is de mens in staat zich te verheugen in “G’ds natuur”. Het niet deel krijgen hiervan is dus niet zozeer een straf als wel een logisch gevolg. De “13” zijn eenvoudig en niet esoterisch, en dus voor iedereen te bevatten. Torah-studie is geen theologie of filosofie, maar uit zich in het nakomen van plichten in het materiele bestaan.
Rabbi Isaac Ze’ev Soloveitchek (de Brisker rav) benadrukt de zin van deze ‘13’ voor hen die gebrek hebben aan contemplatieve kracht of voor hen die intellectueel lui zijn. Bewust gebruikt Rambam de begrippen ‘kennen’ (leedah) en ‘geloven’ (le’ha’amin) in plaats van ‘begrijpen’ (le’havin). Dus het gaat meer om bewustzijn, bevestiging en erkenning.
In het verlengde hiervan is het te begrijpen dat ook de rechtvaardigen van de volken deel kunnen krijgen aan de toekomende wereld. Door zich als niet jood aan de 7 geboden te houden OP GROND VAN het gegeven dat G’d die geboden heeft in de Torah en die bekend heeft gemaakt door Mozes, onze leraar. Doen op basis van eigen subjectieve beslissing is volgens Rambam niet voldoende. Het ‘kennis’begrip van Rambam is hievan de basis: de toekomende wereld is geen beloning maar een logische culminatie van een intellectueel proces.
Feitelijk komen Rambam, Crescas en Albo overeen en verschillen hooguit in de status van sommige principes. Crescas legt de nadruk op de uniciteit van het Joodse geloof, Albo heeft vooral een universele benadering. Voor noachiden lijkt de benadering van J.Albo niet onbelangrijk. (zie “Albo’s Theory of Noahide Law” in Novak “Image of the Non-Jew in Judaism”, H.11).
De 13 principes van Rambam zijn niet omomstreden. Abravanel en de kabbalisten bestrijden de mogelijkheid van het formuleren van zekere principes van geloof, omdat alle leringen van de Torah gelijk en bindend zijn.
@auteursrechten bij M.Kranendonk, Kislev 5769/Dec.’08
